Charlie-doop

Tijdens de feestelijke opening van de Stoffenkamer viel mijn oog (onder andere) op de mooie stoffen van Froy and Dind. Ik schreef reeds eerder dat het kleinste mannetje in huis zijn volledige gardarobe in een kleine curverbox past, meer nog … er zitten vooral shorten en T-shirten met korte mouwen in die box, dat kon dus echt niet blijven duren. De Billie indachtig kocht ik de Birdcages en de Jacquard winter corner. Na wat wikken en wegen vond ik deze stofjes toch te mooi om “gewone” Billies van te maken. Ik besloot voor Charlie te gaan! Charlie, dat zou een eerste keer worden, altijd een beetje spannend. Ik was zelfs van plan om een heus proefexemplaar te maken om te oefenen voor ik in mijn mooiste stofjes zou knippen, maar je hoort me al komen. Ik had natuurlijk geen geduld voor een proefexemplaar! Ik ging meteen aan de slag, maar nam me wel voor om heel secuur te werk te gaan.
Ik las de hele werkbeschrijving en ik las niets onoverkomelijks. Alleen de formule om in te schatten of de afgewerkte T-shirt over het hoofd van mijn mannetje zou passen, las ik 2 keer. (Niet dat die formule moeilijk was, het is immers gewoon de omtrek nameten van de patroondelen die de halsopening maken. Ik moest eigenlijk gewoon mijn lintmeter erbij nemen om daad bij woord te voeren). Het patroon zou perfect moeten passen over het hoofdje van mijn mini-man, dus ik ging aan de slag.
Ik knipte heel voorzichtig in de birdcages die ik combineerde met een melée-blauwe tricot voering.
Ik nam mijn voornemen op secuur te werk te gaan serieus! Als ik eerder schreef dat ik niet zo’n speld-ster ben, think again. Ik haalde zelfs mijn tekendoos boven die ik nog kreeg van mijn ouders toen ik naar de tekenschool ging, ondertussen zo’n 20 jaar geleden ofzo (zot dat er een moment komt in je leven waarop je kan zeggen:”20 jaar geleden heb ik dit of dat meegemaak”, tot zover deze zijsprong). De speldjes hielden het kraagje in perfecte positie tussen buiten-en voeringstof en mijn ouwe-trouwe Bruynzeel-potlood leverde dienst in perfect uittekenen hoe ik het V’tje moest naaien:

Het kraagje bevestigen was het werkje waardoor het patroon een moeilijkheidsgraad 2 heeft meegekregen denk ik. Het was echt wel opletten geblazen dat er geen plooitjes in de stof kwamen, maar ik moet toegeven dat spelden toch ook zijn voordelen heeft. Nadat het kraagje was ingezet, was de verdere afwerkingen zoals die van een T-shirt. Ik gebruikte de verkeerde kant van de stof om mouw-en heupboorden te maken. In deze versie vind ik de mouwen nog wat te wijd vallen, maar er stond nog een tweede versie op de planning, dus geen nood.

Bij mijn tweede exemplaar werkte ik met een dunne okergele sweaterstof als voering die ik ooit bij Veritas vond. Ik hou wel van de combinatie tussen (petroleum)blauw en okergeel. Ooit maakte ik een kleedje voor mijn meisje in die combinatie. Het resultaat deed me toen even twijfelen of ze met die outfit niet kon gaan solliciteren bij IKEA, maar van zodra ze het aantrok, wist ik dat die vrees ongegrond was. Petroleumblauw en okergeel zijn gewoon een match made in heaven. Ik heb dat ook niet zelf uitgevonden 🙂 Ik twijfelde dus niet lang en ging er gewoon mee aan de slag. Waar ik wel over twijfelde was de dikte van de stof, de Jacquard Winter Corner is al niet de dunste stof en dat in combinatie met de sweaterstof als voering … maar ook dat was geen probleem. Het resultaat is niet meer een gewone T-shirt dikte uiteraard, maar trui’tjes heeft het ventje ook niet genoeg, dus: Tadaaa! Moeder blij!
Ook hier werkte ik trouwens met de “verkeerde” kant van de stof om de boordjes te maken en zeg nu zelf. Er is toch werkelijk niks verkeerd aan die kant?

2Comments
  1. sarah frans

    heel erg mooi!! En wat een knapperd!

  2. Oma

    Knappe kleinzoon met knappe outfit

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Prev Post

Flexer de flexer de flex (en ook een beetje flock)

Next Post

Preparing for sweater-weather